Rekentaak 1: Rekenen met decimale getallen

Werk zonder rekenmachine! Het gaat hier om het handmatig en uit het hoofd rekenen...

 

Inhoud:

 


Decimale getallen

Bestudeer eerst:

 

Opgaven

 

  1. Bekijk het getal `65413,728`.
    1. Hoeveel hondertallen heeft dit getal?
    2. Hoeveel honderdsten?
    Je vermenigvuldigt dit getal met `10`.
    1. Hoeveel honderdtallen heeft het getal dat je nu krijgt?
    2. En hoeveel honderdsten?

  2. Je moet een bedrag van € 314,76 betalen.
    Je betaalt contant. Hoeveel briefjes van 100, hoeveel tientjes, hoeveel euro, hoeveel dubbeltjes en hoeveel centen heb je nodig?

 

resource.jpg


Optellen en aftrekken

Bestudeer eerst:

 

Opgaven

 

  1. Bereken uit het hoofd.
    1. `25 + 13 = ...`
    2. `59 - 21 = ...`
    3. `112 + 99 = ...`
    4. `204 - 48 = ...`

  2. Maak de volgende optellingen en aftrekkingen:
    1. `2531 + 395 = ...`
    2. `2531 - 395 = ...`
    3. `1543,9 + 567,3 = ...`
    4. `1543,9 - 567,3 = ...`
    5. `10340,31 + 9906,4 = ...`
    6. `10340,31 - 9906,4 = ...`

  3. Weet je nog wat "de som" en "het verschil" van twee getallen betekent?
    1. Bereken de som van `126,31` en `97,492`.
    2. Bereken het verschil van `126,31` en `97,492`.

 

resource.jpg


Vermenigvuldigen en delen

Bestudeer eerst:

 

Opgaven

 

  1. Bereken uit het hoofd:
    1. RT01-01.jpg `6 xx 13 = ...`
    2. `12 xx 45 = ...`
    3. `19 xx 31 = ...`
    4. `15 xx 15 = ...`
    5. `9 xx 21 = ...`
    6. `12 xx 11 = ...`

  2. Bereken uit het hoofd:
    1. `48 // 3 = ...`
    2. `48 // 4 = ...`
    3. `64 // 16 = ...`
    4. RT01-02.jpg `120 // 8 = ...`
    5. `65 // 5 = ...`
    6. `98 // 7 = ...`

  3. Bereken met potlood en papier (en gummetje?):
    1. `1512 xx 36 = ...`
    2. `1512 // 36 = ...`
    3. `21 xx 3,15 = ...`
    4. `553,8 // 26 = ...`
    5. `21360 xx 0,65 = ...`
    6. `12,382 // 0,41 = ...`

  4. En nu de praktijk, alsof je achter de kassa zit bij een winkel en de stroom is uitgevallen.
    1. Iemand koopt `16` doosjes schroeven van € 1,67 per stuk. Hoeveel is dat samen?
    2. Iemand betaalt € 202,65 voor `35` dezelfde houten latten. Hoeveel kost elke houten lat?
    3. Gordijnstof kost € 12,95 per meter. Iemand koopt voor € 59,57 van die gordijnstof. Hoeveel meter van die gordijnstof krijgt hij?

 

resource.jpg


Afronden

Bestudeer eerst:

 

Opgaven

 

  1. Rond af op twee decimalen (dus op honderdsten) nauwkeurig:
    1. `195,274`
    2. `0,2999`
    3. `1,059`
    4. `1563,359`

  2. Voer de volgende berekeningen uit en rond het antwoord af op gehelen.
    1. `32,6 xx 0,4 ~~ ...`
    2. `32,6 // 0,4 ~~ ...`

  3. Rond af op tienduizendtallen.
    1. `42052 ~~ ...`
    2. `1text(.)602text(.)903 ~~ ...`

  4. Cijfers uitrekenen:
    1. Als alle cijfers even zwaar mee tellen en je hebt een 7,6, een 5,4, een 6,3 en een 6,6 gehaald, wat is dan je gemiddelde? Bereken het gemiddelde in één decimaal nauwkeurig.
    2. Je SE-cijfer is 5,1 en je CE-cijfer is 5,8. Wat is je eindcijfer (in gehelen)?

 

resource.jpg


Schatten

Bestudeer eerst:

 

Opgaven

 

  1. Schat het antwoord van de volgende berekeningen:
    1. `612 xx 19 ~~ ...`
    2. `31,02 xx 4,5 ~~ ...`
    3. `190 // 31 ~~ ...`
    4. `0,0423 // 3,1 ~~ ...`

  2. Janna rekent op haar rekenmachine correct uit: `481,95 + 113,45 xx 25,55 = ...`
    Bij het overschrijven vergeet ze de komma in het antwoord: `33805975`.
    Schrijf het goede antwoord op.

  3. In een scooter gaat `2,4` L benzine. Bij de benzinepomp zit in een grote tank 7250 L benzine. Hoeveel scooters kan men daar ongeveer van benzine voorzien?

  4. In een glas gaat ongeveer `0,2` L. Je hebt `7` volle flessen cola van elk `1,5` L. Hoeveel glazen cola kun je ongeveer vullen?

 

resource.jpg


Rekenvolgorde

Bestudeer eerst:

 

Opgaven

 

  1. Voer de volgende berekeningen uit en let daarbij op de juiste rekenvolgorde:
    1. `6 xx 13 - 20 = ...`
    2. `12 + 45 xx 10 = ...`
    3. `19 - 32 // 8 = ...`
    4. `(49 + 15) // 16 - 2 = ...`

  2. Koffie kost € 2,25 per kop en de bijpassende punt appeltaart is € 3,60. `12` personen bestellen koffie met appeltaart.
    Bij het afrekenen doet de ober op zijn rekenmachine `2,25 + 3,60 xx 12`.
    Hoeveel betaalt deze groep te weinig?

 

resource.jpg


Door elkaar...

Opgaven

 

  1. Schat bij de volgende opgaven eerst het antwoord en controleer dan je schatting door het antwoord te berekenen.
    1. `483 - 1860 // 15 = ...`
    2. `172,8 // 24 + 3,05 = ...`
    3. `75,6 // (2,4 + 3,9) = ...`
    4. `33 xx 21 - 612 = ...`

  2. Je wilt je kamer opnieuw behangen. Die kamer is netjes rechthoekig en `3,5` m breed en `4` m lang. De hoogte van de kamer is overal `2,80` m. Verder zit er in je kamer een deur van `1` m breed en `2,15` m hoog en een raam van `2` m breed en `1` m hoog. Behang kun je kopen op rollen van `60` cm breed en `10` m lang. Het behang dat je wilt hebben kost € 16,80 per rol.
    Simpele vraag: Hoeveel kost het je aan behang?

  3. EmpireStateBuilding.JPG Het Empire State Building is `381` m hoog vanaf de begane grond tot het topje van het gebouw. Het gebouw heeft `103` verdiepingen die samen `373` m hoog zijn. Daar boven op staat nog een torentje. Op de punt van dat torentje staat nog een antenne die `61` m hoog is. De intree op de begane grond beslaat vier verdiepingen, de lobby is drie verdiepingen hoog.
    Op de 87e verdieping is het "Observatory" dat elke dag open is en waar jaarlijks `3,5` miljoen bezoekers komen. Je kunt er vanaf de begane grond in net iets minder dan een minuut met één van de `73` liften komen.
    1. Hoe hoog is de lobby?
    2. Je kunt met trappen naar boven tot de 103e verdieping. Een traptrede is `20` cm hoog. Hoeveel traptreden zijn er tot het "Observatory"?
    3. Met hoeveel meter per minuut gaat de lift naar het "Observatory"?
    4. Hoeveel bezoekers heeft het "Observatory" gemiddeld per dag?

 

resource.jpg


LogoM4Ainf.gif